Steven Kruijswijk heeft in de elfde etappe van de Giro d’Italia wederom laten zien hoe sterk hij zich voelt. De kopman van Team LottoNL-Jumbo werd zesde na een lange vlucht in de Noord-Italiaanse regen. Ilnur Zakarin (Katusha) won de rit.
 
“Dit was weer een bevestiging van de vorm van Steven”, zei ploegleider Frans Maassen na afloop. “Er zaten allemaal sterke mannen van voren, dat geeft aan dat je daar niet zomaar komt te zitten.” Opvallend genoeg was het in de kopgroep een rendez-vous van afgelopen weekend. Veel mannen die Kruijswijk zaterdag en zondag al vergezelden, kozen ook nu weer de aanval. “De eerste tien renners uit het klassement laten elkaar niet lopen”, verklaarde Maassen. “De sterke mannen die daar net achter staan krijgen iets meer kans op een gaatje en nemen ook meer initiatief. Dat moet je wel kunnen.”
 
Supergoede benen
De ontsnapping ontstond tijdens de beklimming van de eerste berg van de dag. Op de Passo del Trebbio besloot Kruijswijk het weer eens te proberen. “Ik kom op zo’n klim uiteindelijk altijd wel van voren terecht”, legde hij uit. “Als ze dan demarreren, kun je maar beter proberen om mee te zitten. Je hebt supergoede benen nodig om de etappe uiteindelijk ook te winnen. Vandaag had ik dat niet. Dan moet je een beetje gokken. De Giro is erg zwaar. Ik probeer gewoon mijn kans te pakken. Volgende week komen er nog een paar ritten die me beter liggen dan die van vandaag.”
 
Acht of meer
Dat is donderdag niet het geval. Als het peloton van Imolanaar Vicenza rijdt, zijn de eerste 127 kilometers volledig vlak. In de finale zitten vervolgens nog drie klimmetjes. “Hoe de rit morgen verloopt, hangt volledig af van wie er controle wil nemen”, zei Maassen. “Ik denk dat de vlucht het tot het einde zou kunnen redden. Het is belangrijk dat wij proberen mee te zitten. Zeker als er een groep ontstaat van acht man of meer.”
 

    21-05-2015 00:00